RAS SPECIFIEKE INSTRUCTIES (RSI) ONDERDEEL DUURZAAM FOKBELEID RAAD VAN BEHEER

Duurzaam fokbeleid Raad van Beheer

 De Raad van Beheer is bezig invulling te geven aan de verantwoordelijkheid voor het welzijn van honden door een duurzaam fokbeleid voor alle rashonden te ontwikkelen. Ze doet dit samen met de rasverenigingen om zo gezamenlijk de gezondheid, het gedrag en het welzijn van rashonden te bevorderen.

Het fokbeleid valt uiteen in diverse onderdelen. Een aantal onderdelen zijn al gerealiseerd, andere onderdelen zijn volop in ontwikkeling.

 De gerealiseerde onderdelen van het Duurzaam Fokbeleid van de Raad van Beheer:

 

  • Plan van aanpak Duurzaam Fokbeleid.
  • Locatiecontrole door chipper.
  • Welzijnsregels moederhond in Basis Reglement Stambomen.
  • Inteeltbeperking ouderdieren in Basis Reglement Stambomen.
  • Gedragscode Keurmeesters en koppeling met Kynologisch Reglement.
  • Ras Specifieke Instructies RSI voor exterier keurmeesters

 Meer informatie over het Duurzaam Fokbeleid en de gerealiseerde onderdelen vindt u op www.raadvanbeheer.nl/fokbeleid.

 Ras Specifieke Instructies: de aanzet

 Het Zweedse model voor ‘Breed Specific Instructions’ (BSI) welke door de Zweedse Kennelclub begin 2009 is ingevoerd heeft aan de wieg gestaan van het Nederlandse model voor Ras Specifieke Instructies (RSI).

Op de internationale show in Malmö, Zweden in maart 2009 is de BSI voor de eerste keer gebruikt. Ook Nederlandse keurmeesters hebben daar kennis gemaakt met de BSI.

Door de Raad van Beheer is bij de Zweedse Kennelclub de oorspronkelijke tekst opgevraagd en een start gemaakt met een eerste Nederlandse vertaling.

Begin 2010 is de ontwikkeling van de Nederlandse Ras Specifieke Instructies als onderdeel van het duurzaam fokbeleid van start gegaan met een seminar.

Ras Specifieke Instructies, wat is het doel?

Het RSI is ontwikkeld om gezondheid en welzijn van de hond te verbeteren. In het langjarig verleden zijn geleidelijk diverse raskenmerken in rassen geslopen, die neigen naar overdrijving en welke een negatief effect op gezondheid en/of welzijn van de individuele hond kunnen hebben.

Iedereen kent de ontwikkelingen die een aantal rassen hebben ondergaan, waardoor gezondheidsproblemen zijn ontstaan. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een korte voorsnuit, te zware neusrimpel en te kleine neusgaten die ademhalingsproblemen kunnen veroorzaken. Of huidirritaties als gevolg van te veel losse huid op hoofd, lichaam en ledematen.

Het is van belang dat deze tendens naar overdrijvingen wordt geregistreerd, voordat deze zal leiden tot het aanbrengen van schade aan gezondheid en welzijn van de hond.

Met de inventarisatie op basis van eerder genoemde aandachtspunten kunnen fokprogramma’s worden gemaakt die overdrijving verminderen met als einddoel gezonde honden.

Overleg

 In januari 2010 is de eerste aanzet gegeven met een succesvol seminar voor exterieurkeurmeesters. In groepen is gediscussieerd over de haalbaarheid van een Nederlandse RSI, de in het Zweedse voorbeeld genoemde rassen en hun aandachtspunten. Op basis van dit overleg is een eerste concept gerealiseerd. Dit eerste concept is aangeboden aan rasverenigingen en exterieurkeurmeesters. De rasverenigingen en exterieurkeurmeesters hebben uitgebreid kunnen reageren en inspraak kunnen leveren.

Gestelde vragen zoals ”Komen de genoemde aandachtspunten voor de gezondheid voor hun ras(sen) wel of niet in aanmerking om opgenomen te worden in het Nederlandse RSI” of “Moet een ras wel of niet in deze lijst worden opgenomen.” konden beantwoord worden en dienden uiteraard van een motivatie te worden voorzien.

In diverse opeenvolgende overleg- en inspraakrondes, met zowel de rasverenigingen als de Vereniging van kynologische keurmeesters (VKK), zijn de diverse standpunten uitgebreid besproken. Op basis van die gesprekken zijn in goed overleg besluiten genomen over het wel of niet opnemen van rassen en aandachtspunten in het Nederlandse RSI.

Na deze open wijze van inspraak met alle betrokkenen is de inhoud van het RSI tot stand gekomen.

De conceptversie is daarna nog eenmaal aan de betrokkenen, rasverenigingen en exterieurkeurmeesters, voorgesteld voor een laatste reactie. Eind 2010 heeft het bestuur van de Raad van Beheer de definitieve versie van het RSI vastgesteld.

 Aandachtspunten in het RSI

 In het RSI wordt per ras aandachtspunten beschreven welke invloed hebben op gezondheid en welzijn van de hond. Er wordt verschil gemaakt tussen algemene gezondheids- en welzijnsaspecten, die voor alle rassen gelden, en specifieke gezondheids- en welzijnsaspecten voor een aantal in het RSI genoemde rassen.

Onder algemene gezondheids- en welzijnsaspecten wordt verstaan: disharmonie in constructie, gebit, ogen, ademhaling, huid, beharing, temperament en gedrag.

Naast deze aspecten wordt ook gelet op het voorbrengen van een hond in de ring. Denk hierbij aan het met strakke lijn voorbrengen van de hond, overmatig gebruik van opmaakmiddelen en het overgewicht van de hond.

Onder rasspecifieke gezondheids- en welzijnsaspecten wordt verstaan:

  1. Problemen die grote gevolgen hebben voor de gezondheid, het welzijn en het welbevinden

van een ras. Honden met deze problemen kunnen nooit een Uitmuntend en/of

Kampioenschapsprijs krijgen;

  1. Problemen die bij uitbreiding binnen de populatie uiteindelijk kunnen leiden tot gezondheid en/

of welzijnsproblemen binnen het ras. In principe kunnen honden met deze problemen nooit

een Uitmuntend krijgen. In elk geval mogen zij nooit voor een Kampioenschapsprijs in

aanmerking komen.

  1. Problemen die bij uitbreiding mogelijk voor het ras negatieve gevolgen kunnen gaan hebben.

Het is zaak om de problemen bij constatering ervan in het schriftelijke verslag van deze

hond(en) te vermelden.

 Al deze aspecten dient een exterieurkeurmeester mee te nemen in zijn keurverslag en zijn uiteindelijke kwalificatie aan de hand hiervan vast te stellen.

 In totaal zijn in het RSI 44 rassen opgenomen waar specifieke aandachtspunten voor worden beschreven.

 Invoering

 Na vaststelling door het bestuur van het RSI is de Nederlandse tekst naar het Engels vertaald.

Om de door exterieurkeurmeesters geconstateerde gezondheids- en welzijn aspecten te kunnen archiveren en in de toekomst te gebruiken zijn evaluatieformulieren ontwikkeld. Separate formulieren voor de in het RSI genoemde aandachtrassen en separate formulieren voor de overige rassen.

Exterieurkeurmeesters krijgen voorafgaand aan de expositie de RSI toegestuurd om de aspecten voor dat ras dat men keurt te bestuderen. De evaluatieformulieren worden hen tijdens de expositie ter hand gesteld en deze dienen verplicht te worden ingevoerd.

De exterieurkeurmeesters zijn verplicht om geconstateerde aspecten op de evaluatieformulieren te noteren en bij de organisatie in te leveren.

 De eerste expositie

 De eerste expositie waar het RSI officieel in gebruik werd genomen was de internationale tentoonstelling in Eindhoven, begin februari 2011. Een goede test hoe de invoering van het RSI wordt ontvangen. Uiteraard heeft de eerste keer een gewenning doorstaan. Vele in Eindhoven ambterende keurmeesters hebben de Raad van Beheer gecomplimenteerd met de invoering van het RSI en de werkwijze.

Alle volgende exposities waar (inter)nationale kampioenschapsprijzen zijn te behalen dienen het RSI te gebruiken. Dit geldt dus ook voor alle kampioenschapsclubmatches.

 Keurmeesters

Exterieurkeurmeesters uit binnen- en buitenland die op exposities, (inter)nationale

tentoonstellingen, (kampioens)clubmatches en alle overige activiteiten waar van de

exterieurkeurmeesters gevraagd wordt te kwalificeren, zijn verplicht honden te keuren volgens de

rasstandaarden die door de F.C.I. zijn vastgesteld.

Van de exterieurkeurmeesters wordt gevraagd dat deze voor het behoud en de verdere ontwikkeling

van een ras, naast de rasspecifieke kenmerken, naar hun beste kunnen ook de gezondheid- en

welzijnsaspecten van het ras mee laten wegen en dit in het verslag van de hond duidelijk tot

uitdrukking brengen. Deze aspecten zijn duidelijk verwoord in het RSI.

Afwijkingen voor wat betreft het rasspecifieke gedrag zullen nooit getolereerd mogen worden

tijdens de exterieurkeuring van een ras en dienen te resulteren in het diskwalificeren van de

betreffende hond(en).

De exterieurkeurmeester moet er zich van bewust zijn dat een rashond met overdreven raskenmerken

die kunnen leiden tot gezondheid, gedrag- en/of bewegingsproblemen c.q. deze tot gevolg hebben,

met nimmer meer dan een Goed beoordeeld kan worden en dus ook nooit in aanmerking mag komen

voor een Kampioenschapsprijs of Beste van het Ras.

Het is verder van belang, dat deze tendens naar overdrijvingen zal worden geregistreerd, voordat

deze zal leiden tot het aanbrengen van schade aan gezondheid en/of welzijn van de hond.

De exterieurkeurmeester is verplicht na zijn exterieurkeuring van RSI rassen een korte inventarisatie te maken van de rasspecifieke problemen die hij tijdens de exterieurkeuring is tegengekomen.

Exterieurkeurmeesters hebben in deze een niet te onderschatten verantwoordelijkheid. Van hen wordt verwacht dat ze deze nemen.

Evaluatie

Na het eerste jaar van de implementatie van het RSI en de daarin ontvangen evaluatieformulieren zal een evaluatie plaatsvinden met rasverenigingen en exterieurkeurmeesters. Wanneer wezenlijke aanpassingen in de aandachtspunten nodig zijn en wanneer rassen toegevoegd dan wel uit de RSI gehaald zouden moeten worden dan zal een nieuwe versie van het RSI worden vastgesteld. De verkregen inventarisatie zal in overleg met de betrokken rasverenigingen worden gebruikt tot bijsturing van de fokkerij en ter bevordering van de gezondheid van de betreffende rassen.

Informatie Duurzaam Fokbeleid

Wilt u als hondenbezitter, fokker, vereniging of geïnteresseerde meer weten over alle maatregelen die de Raad van Beheer neemt voor een duurzaam fokbeleid met gezonde, mooi en sociale honden kijk dan op www.raadvanbeheer.nl/fokbeleid.

Daar vindt u ook een verwijzing naar de volledige tekst van de Ras Specifieke Instructies met bijbehorende evaluatieformulieren.